Wat vooraf ging: Legends Trail 500 part II: start – checkpoint 2

Modder en merguez: Grand-Halleux (Cp2) – Arbrefontaine (Cp3); 65 kilometer

Zondag 23 februari 2020 12.35 uur – maandag 24 februari 2020 0.05 uur

Een planning voor een 500 kilometer lange voetrace is niet te doen zou je denken. Toch is het van onschatbare waarde om zo’n planning te hebben. Eerder in de race heeft het z’n waarde al bewezen bij het vinden van water en een slaapplek. Het helpt ook om een race van een dergelijke omvang op te delen in stukken die enigszins bevattelijk zijn. Dat helpt vooral mentaal. Ik bekijk deze race daarom als zeven afzonderlijke loopjes, die ieder op zichzelf van een mooie omvang zijn die eigenlijk altijd wel te doen is, als lange duurloop ter afsluiting van een zwaar trainingsblok bijvoorbeeld. Je weet dat het zwaar gaat worden, maar je weet ook dat je er zonder al teveel problemen wel komt. Dat werkt tot nu toe heel goed. En voor etappe drie heb ik ook nog eens een joker achter de hand. Net als voor etappe vier trouwens. Deze korte etappes van rond de 65 kilometer voelen een beetje als een uitje. Ik heb in mijn planning daarom een lekker hapje eten in Trois-Ponts ingecalculeerd. Dit vooruitzicht doet de moraal na vertrek vanuit Grand-Halleux dan ook snel stijgen van een armzalige mineur naar grote hoogte. Na een moeizame tweede etappe begin ik eindelijk het gevoel te krijgen dat ik er een beetje begin in te komen. Het wordt weer rustig in mijn hoofd (met uitzondering van de zinderende voorstellingen van een bord shoarma in een klamme doch warme döner zaak in Trois-Ponts) en de focus komt terug.

Aan het eind van een trainingsloop in januari ben ik samen met Adriaan in genoemde döner zaak neergestreken. Het broodje merguez dat ik daar at was van legendarisch klasse en dus bij uitstek geschikt voor gebruik tijdens een race van legendarisch formaat. De timing waarmee ik aankom in Trois-Ponts kan tevens zonder problemen als legendarisch bestempeld worden. Tegen het vallen van de avond zit ik opgewekt mijn doorweekte kleding en de inhoud van mijn rugzak te drogen in de klamme doch warme döner zaak. Het gezin achterin de zaak gunt me een korte ietwat verwonderde blik om zich vervolgens snel weer met zijn eigen zaken te bemoeien. Ze zijn wel wat gewend in deze contreien. In de blikken van de medewerkers meen ik iets af te lezen dat het midden houd tussen bewondering, voor het feit dat ik duidelijk de hele dag door de regen en de modder heb lopen ploeteren, en afkeuring, voor het feit dat ik hun klamme doch warme döner zaak kom bevuilen. Gelukkig zijn ze wel wat gewend in deze contreien. Ze bemoeien zich al snel weer met hun eigen zaken. Onverstoord bemoei ik mezelf dan ook maar met mijn eigen zaken. Ik doe wat nodig is om zo snel mogelijk weer buiten in de regen te staan. Het broodje merguez werk ik als een uitgehongerde straatkat naar binnen. Ik reken af met het geld dat inmiddels, ondanks de warme vochtigheid in de zaak, redelijk opgedroogd is en ik maak mezelf snel weer uit de voeten. Binnen een half uur sta ik weer buiten. Een efficiënte pit-stop!

Drie kilometer verderop in Coo staan mijn ouders me intussen op te wachten. Alle deelnemers hebben een gps tracker bij zich van de organisatie, voor de veiligheid op de eerste plaats, maar ook voor de volgers thuis en op locatie. Die van mij blijkt het niet meer te doen en mijn ouders hebben inmiddels geen idee meer waar ik ben. Toch kom ik nog redelijk op het door hen ingeschatte tijdstip aan in Coo. Ze hebben dan al even de harde regen en stevige wind getrotseerd (in de behaaglijke warmte van hun auto). We hebben het over de tracker en ze zoeken contact met de organisatie. Maar ik koel zo snel af door de regen en kou dat ik niet wil wachten. Ik weiger in de auto te gaan zitten. Dat mag niet. Uiteindelijk krijgen we de boodschap door dat ik in checkpoint 3 een nieuwe tracker krijg. Mijn ouders zijn duidelijk bezorgd dat ik met dit weer en zonder tracker de nacht in ga. Maar ik wil vooral verder om weer warm te worden. Even later warm ik in de beschutting van het bos en de luwte die de helling van de heuvel me biedt, al snel weer op. Ik ben daarna even de oriëntatie kluts wat kwijt als ik opnieuw de Amblève oversteek. Ik voel me wat onzeker op de moeilijke afdaling die volgt naar het onderste waterbekken van de watercentrale bij Coo en de steile klim die daarna volgt, lijkt eindeloos. Ik begin moe te worden en verlang naar slaap. Op de eindeloze modderige paden begin ik mijn planning bij te stellen. Ik zal zo rond middernacht aankomen bij checkpoint 3 en vervolgens ergens midden op de dag bij checkpoint 4. Ik vrees na mijn ervaringen op checkpoint 2 dat slapen daar weer moeilijk zal zijn, gezien het tijdstip en het daglicht. Ik besluit het plan om te gooien en drie uur te gaan slapen in Arbrefontaine (mooie naam eigenlijk, bron van bomen) en tegen de tijd dat ik er aankom staat het plan vast. Gabrielle komt me de laatste kilometer tegemoet lopen om me vergezellen naar het checkpoint.

Ik schakel direct om naar mijn checkpoint routine: kleding uit, alles uit de rugzak, telefoon en horloge aan de accu en intussen een bord warm eten weg werken. Impulsief besluit ik er een biertje bij te pakken. Ik had er al een tijdje zin in en het lijkt me nu wel een goed idee. Het zal me helpen in slaap te vallen, voor zover ik dat nodig heb en na het slapen zal de alcohol wel uitgewerkt zijn. Het is heerlijk! Na het eten neem ik een warme douche en ga met schone droge kleren aan naar bed. Ik zet mijn alarm en vraag ook nog eens om over drie uur gewekt te worden. Het is niet nodig. Drie uur slaap blijkt een gouden greep. Uitgeslapen en fris wordt ik vlak voor het alarm gaat wakker. Inmiddels zijn er meer lopers gearriveerd. Ik tref Nico als ik weer aan tafel schuif voor een bord eten. Hij heeft besloten te stoppen. Ik probeer hem nog te motiveren om verder te gaan, maar zonder succes. Intussen ben ik mijn rugzak aan het inruimen. Na een kleine 5 uur ben ik klaar om te vertrekken. Met droge voeten en een nieuwe tracker sta ik weer buiten in de regen, inmiddels anderhalf uur achter op schema. Romain is intussen alweer bijna 7 uur onderweg naar checkpoint 4 in Le Grand-Trixhe, maar daarvan heb ik op dat moment geen idee. Ik heb heel bewust tegen mijn ouders gezegd dat ik tussendoor niks wil weten over mijn positie en tijdsverschillen. Ik vraag er ook niemand naar. Ik bemoei me met mijn eigen zaken. Daar heb ik genoeg aan. Bovendien heb ik me voorgenomen om vooral te genieten van dit avontuur en het te zien als een reis. Een fysieke voetreis, een unieke reis en avontuur dat ik misschien eens in mijn leven zal beleven. Maar ook een persoonlijk reis, op zoek naar antwoorden.

Checkpoint 3

Checkpoint 3; Foto Ons mam

Duizend bomen en een sandwich: Arbrefontaine (Cp3) – Le Grand-Trixhe (Cp4); 65 kilometer

Maandag 24 februari 2020 4.50 uur – maandag 24 februari 2020 15.25 uur

De vierde etappe is opnieuw een tussen etappe; 66 kilometer is gevoelsmatig kort. Ook deze etappe heb ik weer een pitstop gepland, bij de bakker in Stoumont dit keer. De weg ernaar toe leidt langs eindeloze modderige paden. Steeds als ik denk dat het niet erger kan worden, komt er een afslag. Steevast denk ik: nu wordt het vast beter. En steevast wordt het nog erger. De weg gaat opnieuw langs de waterkrachtcentrale van Coo. ‘Langs de twee bovenste bassins dit keer. Daarna omlaag langs Monceau. Een heerlijke lange en geleidelijk afdaling waarop ik lekker door kan lopen. Ik zit nog steeds goed in de ‘zone’. De tocht begint geleidelijk te ontaarden in een lange meditatie: eerste links, splitsing rechts aanhouden dan 2e rechts, eten, drinken, lopen. Het is alles wat ik denk en doe. Mijn wereld is klein en ongecompliceerd. Tegen de ochtend is het droog. Op de klim naar Stoumont krijg ik het zelfs warm en de regen kleding gaat uit en de hoofdlamp in de rugzak. Het is licht inmiddels. Niet veel later zit ik op een prachtige single track op weg naar Stoumont onderlangs het nabijgelegen kasteel. Met regelmaat zie ik voetsporen in de modder. Het zijn duidelijk de afdrukken van trailrunning schoenen. Romain! Voor het eerst komt er iets van een race mentaliteit in me naar boven. De jager in mezelf ontwaakt. Het moeten zijn sporen wel zijn. Het is nog te vroeg voor wandelaars om langs te zijn gekomen en voetsporen van gisteren zijn vannacht verregend. Hoelang zou het geleden zijn dat hij hier langs kwam? Was hij aan het rennen? Ik probeer het af te lezen aan de voetsporen in de modder, maar wordt niet veel wijzer.

De pitstop bij de bakker in Stoumont is opnieuw perfect getimed. Ik ga aan de bar zitten en bestel een dubbele espresso. Oh! Wat is dit heerlijk! Ik geniet met kleine teugjes van dit stukje volmaakte beschaving. De sandwich met rauwe ham en kaas neem ik mee voor onderweg, ik ben ten slotte op jacht. Grommend als een wild dier verslind ik het grootste deel van de sandwich op de klim vanuit Stoumont. ‘Allemachtig! Wat is dit lekker!’, roep ik hard op. Ik schrik er zelf van en kijk even schichtig om me heen of niemand me gehoord heeft. Het laatste stukje van de sandwich bewaar ik voor later. Even later loop ik het plateau op waar de Chefna ontspringt. Deze beruchte zijrivier van Amblève is iedere editie in het parcours van de Legends Trail verwerkt. Ik hou van deze ruige rivier waarin ooit nog naar goud werd gezocht. Maar voor het zover is moet ik eerste nog rond en over talloze omgewaaide bomen navigeren. Het heeft een paar keer flink gestormd de afgelopen periode. Tijdens de briefing had race director Tim ons al gewaarschuwd: ‘don’t mind the trees, there will be thousands on the track.’ Hahah! Hoezo overdreven!? Maar het is waar! Er liggen letterlijk duizenden bomen op het pad verspreid over de hele route, maar dit stuk slaat alles. Soms lijkt eroverheen en eronderdoor de beste optie, soms eromheen. Maar steeds als ik weer om een tiental bomen heen ben gelopen, dwingt een nieuwe serie me nog verder van het pad. Eindelijk ben ik er dan doorheen en begin ik aan de lange geleidelijke afdaling richting de Amblève die eindigt in een pijnlijk steile helling in Quareux. Vanaf daar gaat het langs de Chefna weer omhoog. Ik spot nog de modderpoel waar ik tijdens de race in 2017 midden in de nacht op mijn knieën naar mijn beide schoenen heb zitten vissen, tot aan mijn ellebogen in de modder. In plaats van verder omhoog langs de Chefna gaat het dit keer halfweg over de heuvelrug en aan de andere kant omlaag langs een opnieuw onvergeeflijk steile afdaling naar Targnon. Maar ik voel me goed, ik heb het naar m’n zin. Het beest in mij is los; het gevolg van uren, dagen en nachten dwalen door de bossen in de regen en modder. Het voelt goed. Geen complicaties van het alledaagse sociale leven. Ik kan en mag een dier zijn op dit moment en ik geniet ervan.

Even later kom ik in de buurt van Chession. Ik weet al dat mijn ouders me daar zullen opwachten. Ze hebben een huisje in het dorp. Erik (van Kempen) is er ook. Hij maakt tijdens de race portretfoto’s van een aantal lopers. Mijn tracker blijkt het toch weer niet te doen, maar Erik heeft een nieuwe voor me bij. Ik maak mezelf er niet al te druk om, maar mijn ouders zijn blij te weten dat ik weer in de gaten gehouden wordt. Mijn vader probeert een stukje mee te lopen, maar kan me nauwelijks bijhouden. Ik zit in beast mode en die kent maar één stand: kop omlaag en blijven gaan tot het klaar is of ik niet meer kan. Hij brengt wat boodschappen over van mijn vrouw en dochter, van mijn zussen. Ik hoor het aan, maar voor nu doe ik er een strikje omheen en berg het veilig op ergens diep van binnen. Ik weet uit ervaring wat het kan doen als ik me door emoties en verlangens laat overmannen. Het verlangen naar thuis kan je breken als de waarom vraag op komt. Die vraag stel ik mezelf nu liever niet. Dat is iets voor later. Dit is gewoon wat ik aan het doen ben, nu. Dit is wat ik het liefste doe. Lopen, drinken, eten en slapen.

Beast mode

Beast mode; Foto Erik van Kempen

Chession

Chession; Foto Erik van Kempen

Chession

Chession; Foto ons pap

Vanaf dit punt tot aan het checkpoint in Le Grand-Trixhe ben ik op mijn best. Het ‘I will walk five hundred miles and I will walk five hundred more’ van de proclaimers schalt door mijn hoofd en even later hardop door de bossen (inclusief Schots accent). Zo cocky voel ik me. Ik voel me onoverwinnelijk. Alsof ik voor altijd door kan gaan. Alles wat ook maar een beetje te rennen valt, ren ik. Fysiek heb ik nog geen centje pijn en mentaal ben ik op de toppen van mijn kunnen. Jammer dat het vanaf de top altijd weer omlaag gaat. Maar daar ben ik op dit moment niet mee bezig. Just to be with you en dan weet ik het niet meer! Ik grijns om mijn eigen bijdehandheid. Vlak voor de checkpoint tref ik mijn ouders nog een keer. Ze zijn door een tunnel die helemaal blank staat onder de snelweg door gekomen om mij aan te moedigen. Na de tunnel gaat het omhoog achter de Aire de Harre. Een paar dagen later zal ik met een glimlach terugdenken aan deze momenten als ik in de auto op weg ben terug naar huis. De auto van mijn ouders staat even verderop geparkeerd. Ik word overspoeld door een gevoel van liefde en teken met mijn modderige voet een hart op de grond. Even later wordt ik ook nog eens instant verliefd op het gehucht Jehonhé dat met zijn watermolen in een prachtige kleine vallei ligt. Ik neem me voor om die watermolen ooit te gaan kopen om hier mijn oude dag te slijten. Niet veel later begint het weer te regenen. Het zijn buien nu. Regen is niet erg. Regen is zelfs best fijn. Maar dan moet het wel van die gestage, druilerige regen zijn. Dan trek je je regenkleding aan, doet je kop omlaag en loopt door. Dit is een regenbui. Een stortbui. En die zijn irritant. Voordat je überhaupt beseft dat het wel slim is om je regenkleding aan te trekken ben je eigenlijk al doorweekt. Tegen de tijd dat je eindelijk alles aan hebt, is de bui alweer voorbij. De regenbui luidt ook de ‘afdaling vanaf de top’ in. Vanaf dat moment begint geleidelijk de aftakeling.

Dank je wel aan pap en mam

Dank je wel aan pap en mam; Foto ons mam

Niet veel later ben ik in checkpoint 4. Het is voor het eerst dat ik een checkpoint helemaal van begin tot eind voor mezelf heb. Wat een luxe! Ik heb dus besloten hier niet te slapen en zo snel mogelijk door te gaan. De gebruikelijke routine volgt. Ik eet een bord warm eten. Bloemkool stamppot met gehakt. Gek. Dit is de eerste die ik onthouden heb. Volgens mij is het ook voor het eerst dat ik hier informeer naar Romain. Het begint interessant te worden. Bij binnenkomst is zijn voorsprong met tweeëneenhalf uur geslonken tot viereneenhalf uur. Bij vertrek is daar nog eens anderhalf uur af gegaan. Hoewel ik op dat moment deze informatie niet zo precies heb, begint er toch iets te borrelen. Voorlopig maakt het geen verschil. ‘I stick to the plan’ en blijf gewoon mijn eigen ding doen.

Nooit meer slapen: Le Grand-Trixhe (Cp4) – Xhoffraix (Cp5); 61 kilometer

Maandag 24 februari 2020 16.30 uur – dinsdag 25 februari 2020 4.10 uur

Toch enigszins onzeker over mijn zaak vertrek ik om 16.30 uur vanuit Cp4, een half uur achter op schema. Heerlijk als een plan zo op z’n plek valt! Dat geeft me toch iedere keer weer een kick! Het wordt weer een korte etappe en relatief vlak. Op het eerste oog een makkelijke etappe, de laatste tussen etappe voor het echte werk op de hoge venen komt. Maar in mijn raceplan heb ik genoteerd: Moeilijk. Kortste etappe met vooral geleidelijke klimmetjes, maar door lange stukken singletrack langs riviertjes en venige paden toch moeilijk. Gelukkig wel wat afwisseling met lange stukken (half) verharde wegen. Bovendien het zal al snel donker worden en ik maak me toch een beetje zorgen om de slaapdeprivatie. Ook de verkoudheid die de week voor de race sluimerde komt weer opzetten. Voor nu heb ik echter grotere zorgen. Vijf minuten na het verlaten van de checkpoint kondigt mijn buik een belangrijke boodschap aan. Even overweeg ik nog om terug te gaan. Maar deze gedachte wordt al direct afgewezen op gronden van een gevoel van gêne, tijdverspilling en het aantrekkelijk vooruitzicht om simpelweg in de kou mijn broek omlaag te doen en tussen de bosjes te hurken. Volgens de kaart, altijd handig in dit soort situaties, is het maar een kleine kilometer voor ik de weg verlaat en weer het bos in ga. Dat moet te doen zijn. Als ik even later een plekje gevonden heb dat aan mijn verwachtingen voldoet, kijk ik nog even om me heen of er niemand in de buurt is. Nee, de kust is veilig. Ik trek mijn broek omlaag en hurk tussen de bosjes. Juist op dat moment komen twee dames het pad aan de overkant van het beekje omlaag gelopen. Please, kom niet mijn kant op. Ik zit vol in het zicht, maar de dames lijken mij niet op te merken. Oh crap, ze hebben een hond bij! Please, kom niet mijn kant op… de hond komt mijn kant op. Ik probeer mezelf onzichtbaar te maken, maar ze hebben mij nu zeker gezien, al doen ze heel beleefd alsof ze niets in de gaten hebben. Ze roepen de hond bij zich en verdwijnen een ander pad aan de overkant van de beek in. Ik haal opgelucht adem. En al snel sla ik zelf aan de andere kant van de beek het pad in waar de dames en de hond zo onverwacht vandaan waren gekomen, op weg naar Nonceveux en de Ninglinspo.

Tegen de tijd dat ik daar aankom is het donker. Ik begin slaperig te worden en de moraal is laag. Mijn ouders staan me weer op te wachten voor het café aan de monding van de Ninglinspo in de Ambléve. Ze zijn net dicht. Er staat wel een drank automaat. Ik kan wel een colaatje gebruiken! Ik haal wat muntgeld uit mijn rugzak en druk op de knop voor een cola… er komt sprite uit de automaat. Ook dat nog! Ik denk even aan Egbert. In de auto op weg naar Frankrijk voor de Chartreuse Terminorum, vertelde hij me over een boek dat hij gelezen had. Ik weet niet precies waar het over ging, volgens mij iets van een management boek. Het centrale thema was in elk geval het belang van het vermogen om je plan aan te kunnen passen aan de situatie. Dit vermogen heb ik in de loop van de jaren, en de ervaringen die ik met het ultralopen heb opgedaan, in steeds sterkere mate ontwikkeld en verfijnd. Sterker nog, in mijn beleving is het de belangrijkste kwaliteit van de ultraloper! Het gaat erom de omstandigheden te accepteren. Vervolgens pas je het plan aan en gaat verder. Kun je er iets aan veranderen? Nee?Accept, adapt, move on. Dat was de boodschap. Ik laat me op het bankje naast de automaat vallen, neem een paar slokken en sluit mijn ogen. Even laat ik mezelf wegdrijven. Accept, adapt, move on. Heel even ben ik vertrokken. Dan sta ik resoluut op. Neem afscheid en verdwijn in de donkere nacht voor een slalom langs de talloze bruggetjes over de Ninglinspo.

In slaap sukkelen bij Ninglinspo

In slaap sukkelen bij Ninglinspo; Foto ons mam

Vier kilometer verder kom ik de bossen uit. Daar wacht me een drie kilometer lang en modderig pad. Het is weer gaan regenen. Met de wind vol in mijn gezicht en verkleumde handen probeer ik wat M&M’s met pinda weg te werken. Het is niet het beste moment en ik geef het algauw op. Ik ken dit stuk nog van mijn eerste Legends avontuur. In mijn herinnering was het pad veel slechter dan het er nu bij ligt. Of misschien ben ik het gewoon normaal gaan vinden intussen. Dat kan ook. Door de regen flarden heen doemen met regelmaat elektriciteitsmasten op. De kabels kan ik door de regen in het donker niet ontwaren met mijn hoofdlamp. Het spelletje zorgt wel voor wat afleiding: zoek de kabels. De gedachten aan het stuk veen dat me te wachten staat, beginnen zich echter steeds nadrukkelijker op te dringen. Tijdens de briefing drie dagen geleden (het lijkt een eeuwigheid en tegelijkertijd is het alsof ik daar nog zit) vertelde race director Tim dat er een stuk in het parcours zou worden omgeleid. Daar klopt de gpx dus niet en moeten we de pijlen volgen die de organisatie op zal hangen. Daar hoefden we ons voorlopig niet druk om te maken, was de boodschap. Dat zou pas laat in de race zijn en we zouden het vanzelf wel zien. Ik was er direct van overtuigd dat hij het stuk veen had bedoeld dat ik nu zo vrees. Voorafgaand aan de race was het me al opgevallen bij het bestuderen van het parcours. Ik had er Tim zelfs nog naar gevraagd bij de facebook post over het parcours. Uiteraard heb ik nooit antwoord gehad. Het gaat om een stukje beschermde natuur dat in 2018 ook al in het voorlopige parcours was opgenomen, maar vanwege de beschermde status uiteindelijk toch niet de definitieve versie had gehaald. Tijdens een verkenning destijds met Erik Michels waren we daar wel doorheen gegaan. Ik weet dus, dat ik alle reden heb om te vrezen. Weten wat je te wachten staat, kan ook een nadeel zijn. Naarmate ik in de buurt kom, begin ik uit te kijken naar de pijltjes die opgehangen zouden moeten zijn voor de omleiding. Allerlei pijltjes van wandelroutes of andere reflecterende bordjes en plaatjes begin ik aan te zien voor Legends pijlen. Steeds als ik dichterbij kom, blijkt het niet te zijn. Tot ik uiteindelijk op de kruising kom waar de omleiding logischerwijs rechtdoor zou moeten gaan om de route af te snijden en het stuk veen te omzeilen. Ik zie alleen pijltjes van wandelroutes. Ik loop een stukje terug. Heb ik toch iets over het hoofd gezien? Enigszins wanhopig probeer ik de pijlen van de wandelroute aan te zien voor Legends pijlen. Ik kan het er echt niet van maken. Schoorvoetend sla ik het pad naar rechts in. Misschien is het dan het volgende pad naar links. Dat is eigenlijk een veel logischer route; de route die de Legends Trail in 2018 ook volgde. Opnieuw zoek ik wanhopig naar een geel, reflecterend pijltje. Niks. Misschien loopt de omleiding toch anders… Accept, adapt, move on… Weer een paar honderd meter verder gaat de route dan toch echt naar links, het veen in. Ik voel me als een slaaf die een romeinse arena in gaat, wetend dat de wilde dieren op hem wachten. In eerste instantie lijkt het mee te vallen. Ik probeer op hoger gelegen grond te blijven lopen. Ooit hebben voertuigen sporen getrokken door het veen. Zolang ik daar uit blijf gaat het goed… tot er geen grond meer te zien is. Er is geen pad meer. Alles staat onder water over een breedte van tientallen meters. Het wateroppervlak wordt slechts onderbroken door grote pollen bies. Het lijkt nauwelijks de moeite om te proberen de voeten op het droge te houden, maar het water is zo koud dat het simpelweg geen optie is om gewoon door het water te lopen. Springend van de ene pol bies naar de volgende probeer ik mijn voeten op het droge te houden. Ik buig daardoor steeds verder af naar rechts waar het hoger en droger lijkt. Het is gezichtsbedrog. De struiken geven in het donker de belofte van droge grond. En even lijkt het goed te gaan, tot ik weer tot over mijn knie in het veen zak. Ik voel de kou langzaamaan omhoog trekken door mijn lichaam. De kilte doordringt mijn hele lichaam. In mijn keel lijkt de kou de ontsteking die daar sluimert verder aan te wakkeren. God, wat voel ik me ellendig, verlaten en alleen. Accept, adept, move on. Er lijkt maar geen einde aan te komen. Accept, adapt, move on. Ik wordt weer iets zekerder van mijn zaak. Accept, adapt, move on! Een grimmige glimlach verschijnt op mijn gezicht. Is dit niet waar ik het voor doe? Is dit niet wat ik zoek? Kom op! Accept, adapt, move on! Ik zoek het ‘pad’ weer op. Als ik goed kijk, zijn er echt wel wat steviger stukken te vinden. Ik maak er zoveel mogelijk gebruik van. Intussen tuur ik in het licht van mijn hoofdlamp vooruit, op zoek naar het bos dat het einde aan deze ellende markeert. Waar blijft dat bos! Ja, daar! Eindelijk na twee kilometer en 25 minuten ploeteren heb ik weer vaste grond onder mijn voeten.

De laatste kilometers in het veen hebben me uitgeput. Toch probeer ik, om weer wat op te warmen, zoveel mogelijk te rennen in de afdaling naar Spa. Daarna volgt een klim langs het riviertje omhoog naar het plateau en de Fagne de Malchamps. Fantastisch die naam: ‘Velden van Onheil!’ Het inspireerde me tijdens de verkenningen voor de Legends Trail in 2018 tot een kort verhaal: ‘The Ghost of Malchamps’. Deze nacht zijn de geesten afwezig. Aan modder is vandaag echter geen tekort op het lange rechte pad langs het veen. Ik blijf mezelf tegen mijn eigen wil in voortslepen. Ik ben moe. Had ik toch beter even kunnen gaan slapen in checkpoint 4? Nadat ik de weg bij het vliegveld ben overgestoken wordt het pad beter. Ik probeer stukken te rennen, dat houdt me wakker. Toch loop ik tegen de tijd dat ik de bewoonde wereld van Sart-Station bereik slaapdronken over de weg te zwalken. Op een kruising staat een bankje, omringd en beschut voor de regen door grote coniferen. Ik laat mezelf op het bankje vallen. Met mijn ellebogen steunend op mijn knieën leg ik mijn hoofd in mijn handen en sluit mijn ogen. Ik laat mezelf wegdrijven naar een andere wereld met een warm en zacht bed. Met een schok wordt ik wakker als mijn elleboog van mijn knie schiet. Met tegenzin sta ik op en ga verder. Veel effect heeft het hazenslaapje niet gehad. Het gaat nu vals plat omlaag richting de vallei van de Hoëgne. Ik dwing mezelf opnieuw tot een drafje dat me wakker houdt tot ik de rivier bereik. Het pad langs de rivier is moeilijk begaanbaar als je slaapdronken bent. Half struikelend over stenen en wortels, hijs ik mezelf over het pad langs de rivier omhoog. Ik meen me te herinneren dat er even verderop iets van een schuilhut langs de route staat. Het is een aanlokkelijk vooruitzicht. Ik móet even slapen anders gebeuren er ongelukken. Even later vind ik inderdaad de schuilhut. Ik trek alle kleding en handschoenen aan die ik bij heb en trek alle capuchons over mijn muts en hoofd. Het alarm stel ik in op twintig minuten, om niet te lang te blijven liggen en onderkoeling te riskeren. Ondanks de oncomfortabele, harde houten bank ben ik snel vertrokken. Af en toe wordt ik wakker van de kou, maar de powernap is effectief. Als ik opsta ben ik alert genoeg en heb ik weer voldoende energie voor de laatste kilometers langs de Hoëgne en over de venen naar het checkpoint in Xhoffraix.

De laatste kilometers ken ik van het trainingsweekend met Legends Trails in november 2017. Ik houd mezelf wakker door te proberen me de route die komen gaat voor de geest te halen. Het helpt me voldoende alert te blijven om checkpoint 5 te bereiken, tweeëneenhalf uur achter op schema. Mijn inschatting dat het een pittige etappe zou worden, was dus correct. Al denk ik dat veel van de vertraging het gevolg is van slaapdeprivatie. Die tweeëneenhalf uur had ik achteraf gezien misschien beter slapend in checkpoint 4 door kunnen brengen. Ik vraag naar Romain. Die blijkt te zijn gestopt. Hij schijnt op zijn stuit te zijn gevallen en als gevolg daarvan teveel last van zijn rug te hebben. Ik ben teleurgesteld. Zeker als ik hoor dat Ivo pas net vertrokken is uit checkpoint 4. Eigenlijk is het dan al geen race meer. Later zal ik me nog regelmatig de vraag stellen: ‘wat als Romain niet was uitgevallen?’ Ik ben er van overtuigd dat ik hem had ingehaald. Zijn voorsprong was geslonken van de zeven uur bij checkpoint 3 naar 2 uur op de plek waar hij is uitgestapt bij Spa. De vraag is of ik dan nog de rust had gehad om vast te houden aan mijn plan om op checkpoint 5 en 6 drie uur te gaan slapen. Er zou waarschijnlijk een heel andere dynamiek zijn ontstaan, van mezelf met mijn eigen zaken bemoeien, naar wat doet Romain? En pas ik mijn plan daarop aan? Het had alle potentie om een interessante race te worden. Helaas. Maar ik houd me aan mijn plan en houd vast aan mijn checkpoint routine. Het blijft een race. Op checkpoint 5 is de altijd vrolijke Walter Vranckx de baas, een ervaren vrijwilliger die al jaren bij de Legends Trail en andere races helpt. Na verwend te zijn met een heerlijke pizza, een Kerel (Kerel het bier welteverstaan) en een warme douche kruip ik tevreden en met een geborgen gevoel mijn slaapzak in. De donkere, natte buitenwereld kan ik voor even buitensluiten.

Opnieuw wordt ik wakker vlak voor de wekker gaat. Ik voel me uitgeslapen en fris. Al vertelt een blik in de spiegel me iets anders. Tijdens het eten van een paar tosti’s wordt mijn rechteronderbeen getaped met kinesiotape voor wat extra steun. Ik begin last van overbelastingsverschijnselen te krijgen, vermoedelijk toch doordat mijn enkelbanden wat zijn opgerekt als gevolg van de verstuiking in de eerste etappe. Maar misschien gewoon door het feit dat ik er inmiddels ruim driehonderdvijftig kilometer in ongenadig terrein en weersomstandigheden op heb zitten. Er is geen reden om me te haasten. Toch wordt het een redelijk efficiënte pitstop. Uiteindelijk sta ik na een kleine 5 uur weer buiten. Het is voor de verandering even droog, warm zelfs en de vogels fluiten hun ochtendlied.

Aankomst Cp5

Aankomst Cp5; foto Harry de Vries

Na slaap in Cp5

Na slaap in Cp5; Foto ons mam

Tapen van mijn onderbeen

Tapen van mijn onderbeen; Foto Walter Vranckx

Vul hier je e-mailadres in om een bericht te ontvangen over nieuwe blogposts
Loading

Meest recente berichten