15 februari 2021. Het is bijna een jaar geleden dat ik de Legends Trail 500 liep. 500 kilometer non-stop door de winterse Ardennen. Een avontuur dat een diepe indruk op me heeft achtergelaten. Er is sinds die tijd geen dag voorbijgegaan dat ik er niet aan gedacht heb, soms slechts een moment. Andere keren heb ik hele stukken herbeleefd. Ik heb me vaak afgevraagd wat daar nou eigenlijk gebeurd is. Wat ik heb meegemaakt. Hoe ik het heb ervaren en welke levenslessen ik heb geleerd. Ik heb me vaak afgevraagd wat er van de ervaringen en levenslessen is achtergebleven in mijn systeem. En ik heb me verbaasd over de snelheid waarmee ik sommige lessen weer vergeten ben nadat ik het ‘gewone’ leven weer heb opgevat. En… is dat wel het gewone leven? Of is wat ik een jaar geleden in de Ardennen heb ervaren ‘gewoon leven’. Ik heb vaak op het punt gestaan om mijn ervaringen op te schrijven en terug op zoek te gaan naar wat ik vond in de Ardense bossen tijdens die carnaval in 2020. Steeds hield iets me tegen. Maar de laatste tijd begint het steeds vaker en heftiger te borrelen. Nu het bijna een jaar geleden is, lijkt het een goed moment. Het is weer Carnaval, net als toen. Misschien begint het daarom weer te borrelen. En normaal gesproken zou ik volgend weekend weer deelnemen aan de ‘gewone’ Legends Trail 250. Maar dit jaar is alles anders. Dit jaar is niets gewoon. Vorig jaar hadden we geluk dat de race plaatsvond net voor Covid-19 zich met een grote knal aandiende in Nederland en de rest van Europa. Nu zitten we nog midden in de pandemie die het virus veroorzaakt en de maatregelen die we als maatschappij nodig achten te treffen. Races zijn er niet of nauwelijks geweest de laatste tijd. Misschien begint daarom het verlangen te groeien en is het een goed moment om herinneringen op te halen aan een mooi avontuur en een grootse uitdaging. Misschien helpen de geleerde lessen om ook de huidige uitdaging het hoofd te bieden. Ik heb ze het afgelopen jaar in elk geval vaak proberen op te rakelen als ik het moeilijk had. Misschien doet dit verhaal de zin in nieuwe avonturen verder opborrelen en geeft het de inspiratie om ze gaan plannen. Steeds als ik eraan terugdenk, komt het verlangen bij mij in elk geval terug. En nu? Nu zou ik eigenlijk niets liever willen dan het avontuur opnieuw aan te gaan.

Proloog

Vrijdag 21 februari 2020 21.30 uur – zaterdag 22 februari 2020 8.00 uur

Het is vrijdagavond. Ik kruip in mijn slaapzak en wacht tot de slaap komt. Maar voor het zover is komen eerst de buren nog thuis. De koplampen van de auto staan net lang genoeg op mij gericht om me toch een beetje zenuwachtig te maken. Het is natuurlijk niks uiteindelijk. De buren gaan slapen en al snel is het weer stil. Het is elf uur geweest inmiddels en voorlopig de laatste keer dat ik op mijn horloge kijk. De volgende keer is het bijna half drie. Drie uur geslapen! Het zal later het magische slaaprecept blijken. Maar nu moet ik eerst naar de wc! De rijp staat op het gras als ik voorzichtig een voet buiten de auto zet. Brrrr! Terwijl ik tussen de struiken hurk waait een gure wind langs mijn blote kont. Erg comfortabel is het niet en waarschijnlijk ben ik daardoor iets te ongeduldig. Het kan ook de verwachting zijn van wat me de komende ochtend te wachten staat. Mijn lichaam lijkt dat inmiddels te herkennen en zich op deze manier voor te bereiden, door zich van onnodige ballast te ontdoen. In elk geval, voordat ik weer goed en wel ben opgewarmd in mijn slaapzak en de slaap voorzichtig terug komt geslopen, dient de volgende boodschap zich onder luid gerommel van mijn buik alweer aan. Ik herhaal de exercitie van een uur daarvoor. Eigenlijk heb ik het slapen al opgegeven als ik rond vijf uur toch nog voor een uurtje in slaap val. Tegen zes uur, nog voor de wekker gaat, wordt ik tevreden wakker. Ik ben wel eens met minder slaap aan een race begonnen!

Spanning bij de briefing

Spanning bij de briefing; Foto Harry de Vries

Als ik even later aankom op de startlocatie laat ik eerst mijn dropbag nog een keer wegen voor ik ‘m afgeef, exact 20 kilo. Perfect! Vervolgens parkeer ik m’n auto bij de Barrage de Nisramont. Het is even wachten voor het shuttle busje mij met een handvol lopers terugbrengt naar de start. Het wachten kan nu echt beginnen. Nog zo’n 45 minuten. De nervositeit van de avond daarvoor is weg. Er wordt nog wat gekletst, maar tussen de woorden en het geschuifel van voeten in de ruimte heerst de stilte. De stilte van afwachting voor de race. De stilte van mensen die net wakker zijn na een slechte nacht. Het wordt ook stil in mijn hoofd, in mijn hart. Het gaat nu beginnen en ik ben er klaar voor. Het is alsof de nacht in de auto me al in de juiste modus heeft gebracht. De eenvoud van het bestaan dat mijn leven de komende dagen zal beheersen: lopen, drinken, eten, slapen. Een kwartier voor de start komt de stoet in beweging naar de denkbeeldige startlijn een paar honderd meter verder langs de weg. Er wordt nog wat gegrapt en gekletst. Maar de woorden zijn niet toerijkend om de stilte te vullen. Die lijkt immens. Als om exact 8.00 uur het aftellen onder bescheiden gejuich is beëindigd komt de groep lopers langzaam in beweging. Het geschuifel van eerder binnen, het zachte gepraat voor de start, maken plaats voor het geroffel van tientallen rennende voeten. Het geluid accentueert de stilte. Die verdiept zich meer en meer. Ik heb me voorgenomen om rustig te blijven. Rustig in mijn ritme te komen. Je kunt niet te langzaam starten aan een avontuur van 500 kilometer. Ik ben ergens achterin gestart en klets nog wat met de lopers om me heen. De eerste kilometers haal ik wat mensen in; maak af en toe een praatje. Daarna ben ik alleen met de Ourthe, mijn gedachten en de stilte.

Stilte voor de start

De stilte voor de Start; Foto Erik van Kempen

De 'startlijn'

De ‘startlijn’; Foto Olivier Kronal

Chillen langs de Ourthe: Grande Mormont – Nadrin (Cp 1); 83 kilometer

Zaterdag 22 februari 2020 8.00 uur – zaterdag 22 februari 2020 19.15 uur

Het checkpoint in Nadrin ligt op 3,5 kilometer van de start in Grande Mormont. We moeten 83 kilometer lopen om er te komen. Dat is al een race op zich. Alleen nu moeten we dit nog eens zes keer herhalen voordat we echt bij de finish zijn. Dan is het met vijftig deelnemers reëel om te denken dat je veel alleen zult lopen. Daar kijk ik ook naar uit. Ik heb het me zelfs voorgenomen. Ik heb me ook voorgenomen om het heel rustig aan te doen. Om te genieten van het avontuur, van de reis. Zodra het ook maar iets omhoog gaat, ga ik hiken. Toch haal ik in het begin veel mensen in. Vlak voor de dam bij Nisramont wordt ik zelf nog een keer door iemand ingehaald. Dan nestel ik mezelf in een tempo dat comfortabel voelt en anticipeer 70 kilometer eenzaamheid voor ik het checkpoint in Nadrin zal bereiken. Het verbaast me dan ook dat een paar kilometer later ineens een drietal lopers voor me opdoemt. Het zijn Ivo Steyaart, Merijn Geerts en Werner Geerink die zijn opgehouden door een kleine navigatiefout. We lopen een aantal kilometer samen op langs de Ourthe. Veel wordt er niet gesproken. De kilometers gaan voorbij alsof het niks is. Tot ik op zeker moment omkijk en daar niemand meer is. De Ourthe heb ik inmiddels achter me gelaten. Terwijl ik het plateau oversteek kronkelt hij als een oude slang door het landschap verder tot onze volgende ontmoeting. The Crawling King Snake.

Barrage de Nisramont

Barrage de Nisramont; Foto Erik van Kempen

Wat gedachten betreft kom ik op dat moment niet veel verder dan: volgende pad naar rechts, daarna op de splitsing links houden en dan het derde pad weer rechts. Of subtiele variaties op dit thema. De Legends Trail is een navigatie race. Hoewel iedereen gebruik maakt van een GPS apparaat met de route, vind ik het toch fijn om daarnaast op de kaart te lopen. Dat geeft meer overzicht en je kunt verder vooruit kijken, bijvoorbeeld hoe ver het nog lopen is tot de volgende waterbron. Van tevoren heb ik een inschatting gemaakt van de hoeveelheid water die ik nodig zal hebben per etappe. De eerste etappe is de zwakke schakel. Het is met 83 kilometer de langste etappe, ik loop ‘m grotendeels overdag en het weer is goed. Om niet te zwaar bepakt te zijn, wil niet meer dan 4 halve liter softflasks per etappe meenemen. Deze etappe verwacht ik daar niet genoeg aan te hebben. Daarom heb ik op La-Roche-en-Ardennes gerekend op 64 kilometer. Maar het gaat hard met het water en ik begin me langzamerhand een beetje zorgen te maken. Merijn liet ,toen we een stukje samen liepen, nog iets vallen over een drankautomaat in Ortho. Al lopend langs de Ourthe ben ik op de kaart vooruit aan het kijken, als ik plotseling door mijn enkel ga. In een reflex zet ik mijn linkervoet bij en vang zo de ergste klap op. Het valt mee. Na een stukje wandelen trekt de pijn weg. Het blijft wat gevoelig en de banden zijn wat opgerekt, maar niets om me grote zorgen om te maken. Het is wel een wake-up call. De slang is onvoorspelbaar.

Opweg naar Ortho

Opweg naar Ortho; Foto Alma Schaafstaal

Opnieuw klim ik omhoog de vallei van de Ourthe uit opweg naar Ortho. Ik loop er direct de winkel binnen aan de rand van het dorp. Het is een soort kruising tussen een doe-het-zelf zaak, een elektronica winkel en een tuinwinkel. De verkoopster en waarschijnlijk eigenaresse is in gesprek met een man. Ik loop de winkel wat op en neer op zoek naar iets te drinken. Ik vind niks. Ik wil niet onbeleefd zijn en het gesprek onderbrekenen. Ik ga uiteindelijk maar een beetje in de buurt van de balie staan in de hoop dat de dame een momentje van haar kostbare tijd kan vrijmaken om me verder te helpen. Eindelijk vraagt ze me wat ik zoek, denk ik. Mijn Frans is niet best. ‘Vous avez coca cola?’, vraag ik in mijn allerbeste Frans. Ze wijst naar buiten en mompelt iets over een automaat. Ik loop de richting van haar vinger achterna en tref buiten inderdaad een drankautomaat aan. Hoe heb ik die kunnen missen!? Alleen cola light. Daar hebben we niks aan. Dan neem ik maar gewoon water. Een halve liter moet genoeg zijn tot aan La Roche 15 kilometer verder. Alleen, ik heb zo’n dorst, dat ik de helft al op heb voor ik het dorp uit ben. De rest giet ik al lopend over in één van m’n softflasks. Later vul ik opnieuw bij in een beekje dat over het pad stroomt. Voor de race had ik dit beekje al opgeslagen in mijn gedachten, omdat de bron vlak boven het pad zit. Het is nog maar een paar kilometer naar La Roche, maar ik vul toch twee softflasks met het water. Ik kan maar vast wat hebben, dan kijk ik in La Roche wel verder. In La Roche blijkt een tussen checkpoint te zijn waar ik toch nog wat cola te drinken krijg. Wat een meevaller.!Water is er echter niet. Toch besluit ik geen water te kopen in La Roche. Het scheelt weer wat tijd en vooral de gêne om vies en bezweet een winkel in het drukke La Roche binnen te gaan. Ik ben nog geen dag onderweg, maar ik voel me toch al in een andere wereld, alsof ik geen plek heb in de drukte van het toeristische La Roche.

Tussencheckpoint La Roche

Tussencheckpoint La Roche; Foto ons mam

Vijf minuten later heb ik al spijt. Ik heb alleen nog het water uit het beekje en opweg naar Nadrin voor de laatste 20 kilometer van de etappe bekruipt me toch een onbehaaglijk gevoel. Wat als herten en zwijnen die bron als drinkplaats gebruiken en deze vertrappelen en er in schijten? Wat als ik ziek wordt van dit water. Toch neem ik af en toe een slokje, alsof dat kan voorkomen dat ik ziek wordt als het water inderdaad besmet is. Ik moet toch iets drinken, al is het uiteindelijk veel te weinig die laatste 20 kilometer. Gelukkig begint het inmiddels donker te worden en als ik na Maboge weer langs de Ourthe loop voor de laatste kilometers naar Nadrin begint het te miezeren. Dan doemt er ineens een lampje langs de Ourthe voor me op. Het lijkt mijn kant op te komen. Komt er iemand terug? Kunnen we er niet door? Zitten we verkeerd? Het duurt niet lang voor ik het lampje van Rafael heb ingehaald, vlak voor het checkpoint in Nadrin. Hij lijkt wat verdwaasd, maar misschien is dat slechts mijn indruk. Ik vraag ‘m of alles goed is. Hij mompelt een vage bevestiging en volgt in mijn kielzog.

Opweg naar Magobe

Opweg naar Magobe; Foto Alma Schaafstaal

Het is 19.15 uur als ik met droge voeten in de eerste checkpoint binnenkom. Tweeëneenhalf uur voor op schema. Heb ik toch te hard gelopen? Het voelt niet zo. Tot nu toe heb ik heel relaxed gelopen. Het voelt bijna als een ‘gratis’ etappe. Ik haal mijn schouders op en duik mijn checkpoint routine in. De planning is om hier een powernap te doen en daarna iedere checkpoint één slaapcyclus van ongeveer 1.20 uur te slapen. Ik voel me eigenlijk veel te fris, maar na een bord warm eten ga ik toch even liggen. Van een powernap komt niet veel. De ruimte is niet afgesloten van de zaal en het is er rumoerig. Ik hoor de mensen praten en ben te nieuwsgierig om me ervoor af te sluiten. Na 20 minuten sta ik op. Bij nog een bord warm eten pak ik mijn rugzak weer in en om 20.30 uur sta ik weer buiten. Romain is dan al ruim een uur weg. Sterker nog, hij was net weg toen ik aankwam. Ook heb ik Rafael niet binnen zien komen. Schijnbaar heeft hij het checkpoint op één of andere manier gemist en is doorgelopen. Ik maak me een beetje zorgen om hem

Checkpoint 1

Checkpoint 1; Foto Fanny Jean

Planning

Planning; Foto Alma Schaafstaal

Planning

Planning; Foto Alma Schaafstaal

Fris in fruitig in Cp1

Klaar voor vertrek Cp1; Foto ons mam

Focus Teun! Focus!: Nadrin (Cp1) – Grand-Halleux (Cp2); 82 kilometer

Zaterdag 22 februari 2020 20.30 uur – zondag 23 februari 2020 10.20 uur

Inmiddels is het gestaag aan het regenen. Dat is even wennen na de behaaglijke warmte in het checkpoint. Het is ook voor het laatst deze race dat ik met droge voeten loop. Een paar kilometer na de checkpoint is er geen ontkomen meer aan als het pad door het water, dat zijn weg omlaag zoekt, wordt gebruikt als rivierbedding. Ik zet de nachtelijke achtervolging op Rafael en Romain in. Nou ja,, achtervolging. Ik houd nog steeds een tempo aan waar ik me relaxed bij voel, dat ik voor mijn gevoel nog dagen vol kan houden. Ik doe mijn eigen ding. Wat dat betreft zit het goed, maar ik merk dat mijn hoofd meer moeite heeft om het bij te benen. Misschien is het de nacht in combinatie met de regen. Misschien ben ik iets te relaxed, waardoor ik wat achteloos wordt. In elk geval lijkt de concentratie wat weg te zijn. Ik word er ook een beetje lui van en besluit dat de kaart eigenlijk helemaal niet zo nodig is; dat het navigeren prima op alleen de gps op mijn horloge kan. Net na Cielle haal ik Rafael in die onder een afdak van een schuurtje aan de rand van het bos zit te schuilen voor de regen. Hij zit bij het schijnsel van zijn lamp wat te eten. Opnieuw vraag ik hem of alles ok is en of hij iets nodig heeft, omdat hij het checkpoint heeft gemist. Als hij te kennen geeft dat alles in orde is loop ik verder. Misschien was het de afleiding van de ontmoeting, misschien liep ik gewoon te slapen, of misschien had ik toch gewoon de kaart erbij moeten houden. In elk geval sla ik op de splitsing direct nadat ik het bos in loop, het verkeerde pad in. Het pad loopt parallel aan de route en het duurt daardoor zeker een kilometer voor ik me mijn vergissing realiseer. Op een splitsing wil ik mijn fout herstellen maar in plaats van rechtsaf, terug naar de route, sla ik linksaf. Ik ben een paar honderd meter verder voor ik me besef dat ik me opnieuw vergist heb. Ik ben kwaad op mezelf. Focus Teun! Focus! Ik vind nu wel de route terug en even later haal ik opnieuw(!) Rafael in. Hij zal wel denken! We lopen een eind samen op. Hij bekent nu dat hij toch wel water tekort komt. Ik vertel hem van de camping even verder op, die ik heb opgeslagen in mijn geheugen als potentiële watervoorziening. Hoewel ik me eigenlijk had voorgenomen alleen te lopen en mijn eigen ding te doen, besluit ik toch samen met Rafael op te trekken. Ik heb het idee dat hij er niet helemaal lekker bij loopt en zelf ben ik er ook wel een beetje ‘van af’. Ik kan wel wat gezelschap gebruiken om me bij de les te houden.

Niet veel later, om drie uur ‘s nachts bereiken we de camping bij Lamorménil. We vinden al snel het toiletgebouw waar we water bijvullen. Rafael mompelt iets in zijn gebroken Spaans-Engels over slapen, pakt de deurmat en begint zich te installeren voor een slaapje. Dat is misschien wel een goed idee. Even een reset om de concentratie weer wat terug te vinden. Ik besluit om zijn voorbeeld te volgen en ook te blijven voor een powernap. Het idee om alleen verder te gaan staat me op dat moment tegen. Ik stel voor om 20 minuten later verder te gaan en verhuis naar het dames blok aan de andere kant, waar ik Rafael zijn voorbeeld volg en de deurmat op de minst koude plek op de tegelvloer in het toiletgebouw leg. Ik trek wat extra’s aan voor een beetje meer warmte, maar in tegenstelling tot Rafael ben ik te lui om mijn noodbivakzak tevoorschijn te halen. Het is maar voor een kwartier. Ik zet mijn alarm en dommel wat weg. Als het alarm gaat heb ik niet echt het gevoel geslapen te hebben, maar ik voel me wel weer alert. Een perfecte powernap dus. Ik pak mijn spullen bij elkaar, leg de mat netjes terug op z’n plek en check bij Rafael. In het donker ontwaar ik een grote vormeloze hoop hardloop materiaal, die half is toegedekt met wat een grote plastic zak lijkt. ‘Are you coming?’ fluister ik in de richting waar een grote bos haar onder het plastic vandaan lijkt te komen. ‘No, I stay’, mompelt de vormeloze hoop hardloop materiaal in Spaans-Engels accent terug. Ik twijfel nog een moment. Zal ik ook blijven? Ik heb net alles weer ingepakt. Bovendien heb ik het koud gekregen en ik ben wel weer redelijk alert. Ik stap naar buiten en aarzel in het portiek van het toiletgebouw. Ga ik alleen verder? Dan haal ik mijn schouders op en stap de regen weer in. Bij de ingang van de camping is een brasserie. Het is gek hoe je realiteitszin verandert naarmate je langere tijd, overgeleverd aan de elementen, buiten ronddwaalt. Voor het grootste deel op jezelf aangewezen zoek je overal naar mogelijkheden. De kleinste kansjes, nee zelf de grootste onmogelijkheden, veranderen ineens in aantrekkelijke opportuniteiten. De koude tegelvloer in een toiletgebouw op een verregende camping in de winterse Ardennen, is dan zomaar ineens een aantrekkelijke slaapplaats. De aanwezigheid van een brasserie op de camping doet de hoop branden dat deze om vier uur ‘s nachts geopend zal zijn voor de eenzame doler in de nacht. Met hernieuwde kracht laat ik deze oase en Rafael achter om de ochtend op de Baraque de Fraiture tegemoet te gaan.

Het is verrassend hoeveel paden racedirector Tim toch weer in het parcours heeft weten op te nemen die ik nog niet kende, maar vanaf de Baraque ken ik het weer. Het begint licht te worden tegen de tijd dat ik de Baraque ben gepasseerd en in Lierneux aankom. Te vroeg voor het sportcafé, en water bijvullen op het kerkhof is niet nodig. Ik heb nog genoeg en het is niet ver meer naar checkpoint 2. Ik heb goede herinneringen aan dit stuk. In 2017 werd ik hier achtervolgt door Yvo opweg naar de finish van de Legends Trail dat jaar, een schitterende apotheose van een machtig avontuur. De paden zijn door de regen inmiddels zo drassig dat droge voeten niets meer zijn dan een lang vervlogen droom. Op sommige plekken zijn de paden door grote bosbouwmachines omgeploegd tot een slagveld waar nauwelijks door te komen is. De moraal zakt weer en tegen de tijd dat ik bij checkpoint 2 in de buurt kom begin ik weer in te kakken. Ik krijg weer slaap en ik mijn benen beginnen ook wat moe te worden. De loper die ik vlak voor Farnières tegenkom registreer ik nauwelijks. Hij groet me vrij enthousiast en ik mompel wat terug. Later, in checkpoint 2, vraagt iemand me of ik Jeremy nog gezien heb. Dan pas valt het kwartje. Het was Jeremy die me groette en opweg was naar de winst op de 250 kilometer. Ik was vergeten dat we de 250 kilometer lopers op dit stuk tegemoet lopen om samen het checkpoint in Grand-Halleux te delen.

Aankomst in Cp2: filmpje op facebook (hier valt het kwartje over Jeremy :-B)

Checkpoint 2

Checkpoint 2; Foto Astrid Claessen

Als ik daar op zondagochtend om 10.20 uur aankom, is het dan ook best druk. Vanaf hier is het mijn plan om op iedere checkpoint anderhalf uur te gaan slapen. Ik trek mijn natte kleding uit, haal heel mijn rugzak leeg om alles te laten drogen en sluit de telefoon en m’n horloge aan op de accu. Intussen heb ik een bord warm eten voorgeschoteld gekregen dat ik tijdens mijn bezigheden rustig naar binnenwerk. Deze routine zit er al vanaf checkpoint 1 goed in. Na een douche worden mijn benen gemasseerd en ga ik beneden naar de slaapruimte. Van slapen komt alleen weinig terecht. Het is niet het goede moment van de dag; het is ochtend en licht. Het is bovendien erg rumoerig. Ik hoor Ivo binnenkomen. Er komen en gaan 250 kilometer lopers. Uiteindelijk geef ik het maar op. De 1.20 uur heb ik niet volgemaakt. Aan de slaaproutine moet duidelijk nog worden geschaafd. Ik houd me voor nu maar liever bezig met de routine die wel goed gaat. Ik werk een tweede bord eten naar binnen en pak intussen mijn rugzak weer in. Ik zeg mijn ouders gedag die er net als bij checkpoint 1 weer zijn. En dan sta ik ineens weer buiten, nog steeds twee uur voor op de planning. Ik heb niet echt het gevoel dat ik bijgekomen ben, maar ik heb het er maar mee te doen.

Vertrek van Cp2

Vertrek van Cp2; Foto ons mam

Vervolg: Legends Trail Part III: van hoge toppen naar diepe dalen (Cp2-Cp5)

Vul hier je e-mailadres in om een bericht te ontvangen over nieuwe blogposts
Loading

Meest recente berichten